Het lokale economische weefsel
Mechelen heeft zich handig tussen twee reuzen genesteld: precies halverwege Brussel en Antwerpen, met een eigen station en de E19 voor de deur. Die ligging verklaart de grote logistieke en distributiebedrijven op Mechelen-Noord en Mechelen-Zuid, en ze verklaart ook waarom Johnson & Johnson er een van zijn belangrijkste Europese sites uitbouwde — met daarrond een laag toeleveranciers, labo's en gespecialiseerde dienstverleners in farma en medische toestellen. De stad zelf herontwikkelt intussen haar oude industriegrond: Ragheno, het Keerdok en de Tinelsite trekken kantoren, bureaus en creatieve bedrijven naar het centrum. En dan blijft er nog het klassieke Mechelse weefsel — meubel- en interieurzaken, bouwbedrijven, horeca in de historische kern. Veel kmo's dus, met echte processen en weinig IT-mensen.