Waarom een Brusselse website vaak drie talen spreekt
Brussel heeft het dichtste economische weefsel van het land: Europese instellingen, beroepsfederaties, banken en consultancykantoren liggen er op enkele vierkante kilometer van elkaar. Die dichtheid stelt een eigen eis. Een Brusselse website moet vaak vanaf dag één Frans, Nederlands én Engels spreken, omdat klant, leverancier en medewerker zelden dezelfde taal delen.
Daarnaast telt de stad een zeer brede laag van kmo's, zelfstandigen en handelszaken, van de Kanaalzone tot de Woluwes. Hun noden verschillen sterk van die van een instelling: een restaurant wil reservaties, een adviesbureau wil vertrouwen wekken en een labo wil complex werk helder uitleggen. Een zaak aan de Louizalaan heeft andere prioriteiten dan een federatie in de Leopoldswijk. Wij werken voor al die profielen, zonder hen hetzelfde project te verkopen.
Bovendien gelden er enkele wettelijke basisregels. Elke bedrijfssite vermeldt het ondernemingsnummer (KBO) in de juridische vermeldingen, beheert cookies volgens de GDPR en publiceert een privacyverklaring in elke taal. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is officieel tweetalig: wie alleen in het Frans communiceert, laat dus een deel van de markt liggen. Ook daar houden we vanaf de eerste workshop rekening mee.
