Het lokale economische weefsel
Wallonië heeft dertig jaar besteed aan het loskomen van zijn steenkool- en staalverleden, en wat ervoor in de plaats kwam lijkt in niets op wat er was: een sterke farma- en biotechas van Waals-Brabant over Charleroi tot Luik, een lucht- en ruimtevaartindustrie, logistiek rond de binnenhaven van Luik en de luchthaven van Charleroi, en een stevige agrovoedingssector. De competitiviteitspolen — BioWin, Logistics in Wallonia, MecaTech, Wagralim, Skywin, GreenWin — bundelen een groot deel van die economie rond de universiteiten van Luik, Louvain, Bergen en Namen. Onder die uithangborden blijft het echte weefsel dat van micro-ondernemingen en kmo's: bouw, zakelijke dienstverlening, handel, horeca en vrije beroepen, meestal met een verouderde website en niemand intern die er zich over ontfermt. Namen concentreert het Waalse bestuur en de dienstenmarkt die daaruit voortvloeit.